De dag begon koud en hongerig maar eindigde bloedheet en overvoerd. Tussendoor moest er nog een pas genomen worden, een goudzoekersstadje bekeken worden en een ecologische ramp verwerkt worden. En boeven en kraanvogels, die waren er ook.
Toen ik wakker werd was het koud. Het zal zo'n vier graden zijn geweest en ik beken: het was lastig om op te staan om half zes. Ik slaap overigens weer in de zevende hemel. Die zevende hemel bevindt zich vier centimeter boven de grond. Mijn matrasje is gerepareerd!
Laagjes
Na me zorgvuldig in allerlei laagjes verpakt te hebben, kon de dag beginnen. Ik had honger maar was te koud om een fatsoenlijk ontbijt te maken. Dat moest dan maar in Ennis. Tsja, en dat ligt dan ruim 40 km verder... Maar ik had meewind. Een onverwachts genoegen en met 28 km/u snorden mijn tractorbandjes richting Ennis. Daar ontmoette ik Alison en Rachel weer, twee meiden van een drietal dat ik regelmatig zie. Het was heel gezellig en er was goede koffie!
Ennis is een mooi westernstadje aan de Madison rivier. Er wonen 840 mensen en 11 miljoen forellen. Vissen is hier een levensvervulling.
Pas zonder naam
De harde werkelijkheid kwam na Ennis: er moest geklommen worden en niet zo'n klein beetje ook. Ennis ligt op 1500 m en de pas op 2100 m. En het was warm, ruim 35 graden.
Het naar boven rijden ging soepel. Op een of andere manier vind ik de Rockies minder zwaar dan de Appalachen en de Ozarks. Oefening baart kunst!
Boven op de pas heb je een prachtig uitzicht over de Madison vallei: donkere, gekartelde hoge bergen omzomen een goudgele vallei met in het midden, waar de rivier stroomt, een groen lint van bomen.
Goudkoorts
Of het een gerucht was of zekerheid: niemand die het wist maar er zou goud te vinden zijn in de Alder Gulch, een klein riviertje in Montana. Bill Fairweather verkocht al wat hij had en trok naar het westen. In mei 1883 was hij de eerste die goud vond. Binnen een jaar trokken er duizenden gelukszoekers naar de Alder Gulch. Er ontstonden niet minder dan 9 nieuwe stadjes langs het riviertje. Het leven van een goudzoeker is hard en ongezond. In die eerste jaren werd het goud 'gepand', dat wil zeggen dat er steeds een beetje aarde werd gezeefd in water. Twaalf gouddelvers bewerkten samen een claim en doorgaans waren dit geen koorknapen.
En zoals dat zo gaat in het leven gingen de grootste verdiensten niet naar degenen die het hardste werkten. Niet de gouddelvers maar de kroegbazen en de dames van lichte zeden gingen er met de buit vandoor.
Betty Sue
Bill Fairweather maakte er een gewoonte van iedere zaterdagavond, als hij zijn nuggets had ingewisseld voor dollars, te vieren met Betty Sue. Zij verwende hem en hij liet het geld rollen. Wat zou het ook, hij zou wel weer nieuw goud vinden. Maar dat gebeurde niet. In 1875 werd er vrijwel geen goud meer gevonden en de dorpen liepen weer leeg. Betty Sue vertrok naar de grote stad om met haar zuurverdiende dollars een kroeg te openen. En Bill Fairweather stierf op 25 augustus 1875 aan de gevolgen van alcoholisme en misschien ook wel een beetje aan een gebroken hart. Hij was 39 jaar oud.
Virginia City
Van de negen goudzoekersstadjes uit die tijd zijn er nog twee over: Virginia City en Nevada City. De stadjes zijn in hun oude glorie hersteld en fungeren nu als een soort openluchtmuseum. Het geeft een mooie indruk van hoe het er 150 jaar geleden moet hebben uitgezien.
Ecologische ramp
Na Nevada City schrik je je rot: de hele vallei waarin het riviertje de Alder Gulch loopt, is overhoop gehaald en niet zo'n beetje ook! Overal zie je grote hopen gruis die zijn overgebleven van het goud zoeken. Daar tussendoor poelen met stilstaand water dat tot op de dag van vandaag vervuild is door de chemicaliën die de goudzoekers gebruikten. Hier mag tot in lengte van dagen niet gevist worden. Het is een ecologische ramp avant la lettré.
Boeven
De goudzoekerstijd was een periode waarin niemand het erg nauw met de wet nam. In die tijd opereerde hier een beruchte bende, de 'Onschuldigen' (Innocents) genaamd. Leider van de bende was sheriff Plummer. Volgens de legende waren al z'n deputies lid van de bende. Toen dat uitkwam, werd er niet flauw over gedaan. De grootste boeven werden opgehangen en daarmee was de zaak geregeld. Sheriff Plummer heeft nooit van z'n staatspensioen mogen genieten.
Sheridan
Na 100 km komt Sheridan in zicht. Dit stadje ligt in een merkwaardig groene vallei. Alles wordt bevloeid met water uit de Ruby River. Er wordt veel hooi verbouwd, maar ook aardapelen, gerst en een soort koolzaad. Ik kan het niet helpen, maar hooi moet hier goud geld kosten!
In een weiland zitten twee kraanvogels deftig te wezen. Mooi!
In de Mill Creek Inn in Sheridan is er een koud biertje, een simpele kamer en een enorme steak. 'We doen hier niet aan kleine maaltijden...' Ik geniet en ben intens gelukkig tussen alle gesprekken over de rodeo.
Toen ik wakker werd was het koud. Het zal zo'n vier graden zijn geweest en ik beken: het was lastig om op te staan om half zes. Ik slaap overigens weer in de zevende hemel. Die zevende hemel bevindt zich vier centimeter boven de grond. Mijn matrasje is gerepareerd!
Laagjes
Na me zorgvuldig in allerlei laagjes verpakt te hebben, kon de dag beginnen. Ik had honger maar was te koud om een fatsoenlijk ontbijt te maken. Dat moest dan maar in Ennis. Tsja, en dat ligt dan ruim 40 km verder... Maar ik had meewind. Een onverwachts genoegen en met 28 km/u snorden mijn tractorbandjes richting Ennis. Daar ontmoette ik Alison en Rachel weer, twee meiden van een drietal dat ik regelmatig zie. Het was heel gezellig en er was goede koffie!
Ennis is een mooi westernstadje aan de Madison rivier. Er wonen 840 mensen en 11 miljoen forellen. Vissen is hier een levensvervulling.
Pas zonder naam
De harde werkelijkheid kwam na Ennis: er moest geklommen worden en niet zo'n klein beetje ook. Ennis ligt op 1500 m en de pas op 2100 m. En het was warm, ruim 35 graden.
Het naar boven rijden ging soepel. Op een of andere manier vind ik de Rockies minder zwaar dan de Appalachen en de Ozarks. Oefening baart kunst!
Boven op de pas heb je een prachtig uitzicht over de Madison vallei: donkere, gekartelde hoge bergen omzomen een goudgele vallei met in het midden, waar de rivier stroomt, een groen lint van bomen.
Goudkoorts
![]() |
| Bill Fairweather |
En zoals dat zo gaat in het leven gingen de grootste verdiensten niet naar degenen die het hardste werkten. Niet de gouddelvers maar de kroegbazen en de dames van lichte zeden gingen er met de buit vandoor.
Betty Sue
Bill Fairweather maakte er een gewoonte van iedere zaterdagavond, als hij zijn nuggets had ingewisseld voor dollars, te vieren met Betty Sue. Zij verwende hem en hij liet het geld rollen. Wat zou het ook, hij zou wel weer nieuw goud vinden. Maar dat gebeurde niet. In 1875 werd er vrijwel geen goud meer gevonden en de dorpen liepen weer leeg. Betty Sue vertrok naar de grote stad om met haar zuurverdiende dollars een kroeg te openen. En Bill Fairweather stierf op 25 augustus 1875 aan de gevolgen van alcoholisme en misschien ook wel een beetje aan een gebroken hart. Hij was 39 jaar oud.
Virginia City
| goudzoekerstadje |
| goudzoekerstadje |
Ecologische ramp
Na Nevada City schrik je je rot: de hele vallei waarin het riviertje de Alder Gulch loopt, is overhoop gehaald en niet zo'n beetje ook! Overal zie je grote hopen gruis die zijn overgebleven van het goud zoeken. Daar tussendoor poelen met stilstaand water dat tot op de dag van vandaag vervuild is door de chemicaliën die de goudzoekers gebruikten. Hier mag tot in lengte van dagen niet gevist worden. Het is een ecologische ramp avant la lettré.
Boeven
De goudzoekerstijd was een periode waarin niemand het erg nauw met de wet nam. In die tijd opereerde hier een beruchte bende, de 'Onschuldigen' (Innocents) genaamd. Leider van de bende was sheriff Plummer. Volgens de legende waren al z'n deputies lid van de bende. Toen dat uitkwam, werd er niet flauw over gedaan. De grootste boeven werden opgehangen en daarmee was de zaak geregeld. Sheriff Plummer heeft nooit van z'n staatspensioen mogen genieten.
Sheridan
Na 100 km komt Sheridan in zicht. Dit stadje ligt in een merkwaardig groene vallei. Alles wordt bevloeid met water uit de Ruby River. Er wordt veel hooi verbouwd, maar ook aardapelen, gerst en een soort koolzaad. Ik kan het niet helpen, maar hooi moet hier goud geld kosten!
In een weiland zitten twee kraanvogels deftig te wezen. Mooi!
In de Mill Creek Inn in Sheridan is er een koud biertje, een simpele kamer en een enorme steak. 'We doen hier niet aan kleine maaltijden...' Ik geniet en ben intens gelukkig tussen alle gesprekken over de rodeo.
| steak! |
| hopen gruis in het landschap |
| richting Sheridan |

Geen opmerkingen:
Een reactie posten