![]() |
| in het museum |
Er gaat toch maar niks boven groot onderhoud. Het is niet het niks doen op zo'n dag wat goeddoet, maar het zorg besteden aan jezelf en de spullenboel. Daartoe behoort ook alles nalopen of er niks wegkan. Een mens heeft veel weg van een schip waaraan eendemosselen kleven wat de snelheid uit de vaart haalt.
Museum
Daarna heb ik een poging gedaan om een auto te huren om even maar het museum van het Oregon trail te gaan. Twee x 14 km daarheen en terug fietsen op de rustdag was me te veel.
Een auto huren lukte niet dus toen ben ik hier naar het museum gegaan. Er hangen veel oude foto's over de manier van leven aan het eind van de 19e en begin 20e eeuw. Heel aardig (ik herken veel van onze boerderij vroeger zoals bv het karnen) maar het andere museum blijft knagen. That's life!
Dit dal is vanaf halverwege de 19e eeuw bevolkt met settlers die over het Oregon trail kwamen. Je moet je voorstellen dat deze mensen half mei vanuit Missouri vertrokken in groepen van een paar honderd mannen, vrouwen, kinderen en vee. Vervolgens moest er zes maanden gelopen worden, zo'n 15 à 20 km per dag of meer. Zes dagen per week. Op de zevende dag werd de was gedaan door de vrouwen en de mannen repareerden wat kapot was.
Overleven
Sommigen overleefden de tocht niet. Er gebeurden ongelukken, mensen dronken soms te veel en vochten waarbij ook menigeen het loodje legde. Cholera was een groot probleem. Grappig genoeg hadden degenen die rijk genoeg waren om koffie te drinken hier minder last van: zij kookten het water alvorens het te gebruiken.
Als ze dan eindelijk aankwamen in Oregon, zo rond november, was het winter. De kunst was dan om snel een onderkomen te bouwen zodat jezelf en het vee dat je mee had gebracht de winter zou overleven.
Dagboek
| onderweg over de Oregon Trail |
Morgen verder
Morgen ga ik naar Prairy City, een stadje zo'n 100 km verderop. Het wordt een pittig dagje met drie stevige klimmen. Morgenavond ontmoet ik daar vriendin Lida en haar dochter Ingeborg die in Oregon op vakantie zijn en die deze laatste fase van de tocht met mij gaan optrekken. Ik verheug me over het weerzien en hoop tegelijk dat ik mijn ACA-maatjes niet uit het oog zal verliezen. Ze zijn me dierbaar geworden!
![]() |
| onderweg, zo'n 150 jaar geleden |


Geen opmerkingen:
Een reactie posten